Arabisch via MailGratis aanmelden

Les 22 · Beginner

Aan zeeعَلَى الشَّاطِئِ

Korte zinnen, één werkwoord per zin.

Oefen deze les

Tik op een regel voor de vertaling.

١ — Beschrijvingالشَّاطِئُ فِي الصَّبَاحِ

0:000:00
YouTube

الشَّاطِئُ طَوِيلٌ وَالرَّمْلُ نَاعِمٌ.Het strand is lang en het zand is fijn.

الْبَحْرُ أَمَامَنَا، وَلَوْنُهُ أَزْرَقُ.De zee ligt voor ons en is blauw.

الْمَوْجُ يَأْتِي وَيَعُودُ بِهُدُوءٍ.De golven komen en gaan rustig.

عَلَى الرَّمْلِ صَدَفٌ أَبْيَضُ صَغِيرٌ.Op het zand liggen kleine witte schelpen.

النَّوَارِسُ تَطِيرُ فَوْقَ الْمَاءِ.De meeuwen vliegen boven het water.

الْهَوَاءُ مَالِحٌ وَبَارِدٌ قَلِيلًا.De lucht is zout en een beetje koud.

عَلَى الْيَمِينِ صُخُورٌ سَوْدَاءُ.Rechts liggen zwarte rotsen.

قَارِبٌ صَغِيرٌ يَقِفُ قُرْبَ الصُّخُورِ.Een kleine boot ligt bij de rotsen.

الشَّمْسُ تَطْلُعُ مِنْ وَرَاءِ الْأُفُقِ.De zon komt op achter de horizon.

لَيْسَ هُنَا أَحَدٌ غَيْرُ صَيَّادٍ وَاحِدٍ.Er is hier niemand behalve één visser.

٢ — Dialoogهَلْ نَسْبَحُ الْيَوْمَ؟

0:000:00
YouTube

نُورُ: الْمَاءُ بَارِدٌ جِدًّا الْيَوْمَ.Nour: Het water is vandaag heel koud.

طَارِقٌ: ضَعِي قَدَمَيْكِ فِيهِ أَوَّلًا.Tariq: Zet er eerst je voeten in.

نُورُ: فَعَلْتُ ذَلِكَ، وَهُوَ بَارِدٌ حَقًّا.Nour: Dat heb ik gedaan, en hij is echt koud.

طَارِقٌ: اِنْتَظِرِي دَقِيقَتَيْنِ، ثُمَّ يَصِيرُ دَافِئًا.Tariq: Wacht twee minuten, dan wordt hij warm.

نُورُ: وَالْمَوْجُ؟ هَلْ هُوَ قَوِيٌّ الْيَوْمَ؟Nour: En de golven? Zijn die vandaag ruw?

طَارِقٌ: لَا، الْمَوْجُ هَادِئٌ بَعْدَ الظُّهْرِ.Tariq: Nee, na de middag is de zee rustig.

نُورُ: أَسْمَعُ صَوْتَهُ مِنَ الْبَيْتِ لَيْلًا.Nour: 's Nachts hoor ik het geluid vanuit huis.

طَارِقٌ: هُوَ أَجْمَلُ صَوْتٍ فِي الْقَرْيَةِ.Tariq: Het is het mooiste geluid van het dorp.

نُورُ: حَسَنًا، سَأَسْبَحُ قَلِيلًا فَقَطْ.Nour: Goed dan, ik ga even zwemmen.

طَارِقٌ: خُذِي الْمِنْشَفَةَ، فَالرِّيحُ تَهُبُّ الْآنَ.Tariq: Neem de handdoek mee, de wind steekt op.

٣ — Verhaalالنَّوْرَسُ تَحْتَ الشَّبَكَةِ

0:000:00
YouTube

مَشَى يُوسُفُ عَلَى الشَّاطِئِ بَعْدَ الْمَطَرِ.Yusuf liep na de regen over het strand.

سَمِعَ صَوْتًا ضَعِيفًا بَيْنَ الصُّخُورِ.Hij hoorde een zwak geluid tussen de rotsen.

وَقَفَ وَاسْتَمَعَ مَرَّةً أُخْرَى.Hij bleef staan en luisterde nog eens.

كَانَ هُنَاكَ نَوْرَسٌ صَغِيرٌ تَحْتَ شَبَكَةٍ.Daar zat een jonge meeuw onder een net.

حَاوَلَ الطَّائِرُ أَنْ يَطِيرَ فَلَمْ يَقْدِرْ.De vogel probeerde te vliegen, maar kon het niet.

جَلَسَ يُوسُفُ وَرَفَعَ الشَّبَكَةَ بِهُدُوءٍ.Yusuf ging zitten en tilde het net rustig op.

خَافَ النَّوْرَسُ وَصَاحَ بِصَوْتٍ عَالٍ.De meeuw schrok en krijste hard.

ثُمَّ خَرَجَ وَجَرَى عَلَى الرَّمْلِ قَلِيلًا.Toen kwam hij eruit en rende een stukje over het zand.

فَتَحَ جَنَاحَيْهِ وَطَارَ نَحْوَ الْبَحْرِ.Hij spreidde zijn vleugels en vloog de zee op.

وَالْآنَ يَنْظُرُ يُوسُفُ تَحْتَ كُلِّ شَبَكَةٍ.En nu kijkt Yusuf onder elk net.

٤ — Ik-tekstمَسَائِي عِنْدَ الْبَحْرِ

0:000:00
YouTube

أَذْهَبُ إِلَى الْبَحْرِ كُلَّ مَسَاءٍ.Ik ga elke avond naar zee.

أَخْلَعُ حِذَائِي وَأَمْشِي حَافِيًا.Ik trek mijn schoenen uit en loop blootsvoets.

الرَّمْلُ دَافِئٌ تَحْتَ قَدَمَيَّ.Het zand is warm onder mijn voeten.

أَلْمِسُ الْمَاءَ بِيَدِي فَأَجِدُهُ بَارِدًا.Ik voel het water met mijn hand en het is koud.

أَشُمُّ الْمِلْحَ فِي كُلِّ نَفَسٍ.Bij elke ademhaling ruik ik het zout.

أَجْمَعُ صَدَفَتَيْنِ أَوْ ثَلَاثًا.Ik raap twee of drie schelpen op.

أَجْلِسُ عَلَى صَخْرَةٍ وَأَنْظُرُ إِلَى الْأُفُقِ.Ik ga op een rots zitten en kijk naar de horizon.

تَنْزِلُ الشَّمْسُ وَيَصِيرُ الْمَاءُ ذَهَبِيًّا.De zon zakt en het water wordt goudkleurig.

أَسْمَعُ الْمَوْجَ وَلَا أُفَكِّرُ فِي شَيْءٍ.Ik hoor de golven en denk nergens aan.

ثُمَّ أَعُودُ وَفِي جَيْبِي رَمْلٌ.Dan loop ik terug, met zand in mijn zak.

٥ — Weetjesالْبَحْرُ وَالْحَوَاسُّ

0:000:00
YouTube

لَنَا خَمْسُ حَوَاسَّ نَعْرِفُ بِهَا الْعَالَمَ.We hebben vijf zintuigen waarmee we de wereld kennen.

بِالْعَيْنِ نَرَى، وَبِالْأُذُنِ نَسْمَعُ.Met het oog zien we, met het oor horen we.

وَبِالْأَنْفِ نَشُمُّ، وَبِالْيَدِ نَلْمِسُ.Met de neus ruiken we, met de hand voelen we.

وَبِاللِّسَانِ نَذُوقُ الْمِلْحَ وَالسُّكَّرَ.Met de tong proeven we zout en suiker.

الْبَحْرُ يُعْطِي الْحَوَاسَّ الْخَمْسَ مَعًا.De zee geeft ze alle vijf tegelijk.

نَرَى الْمَوْجَ وَنَسْمَعُ صَوْتَهُ.We zien de golven en horen hun geluid.

وَنَشُمُّ الْمِلْحَ وَنَلْمِسُ الرَّمْلَ الْبَارِدَ.We ruiken het zout en voelen het koude zand.

وَكَلِمَةُ "بَحْر" تَعْنِي أَيْضًا: شَيْءٌ كَثِيرٌ.Het woord "zee" betekent ook: heel veel.

نَقُولُ: هَذَا الرَّجُلُ بَحْرٌ فِي اللُّغَةِ.We zeggen: die man is een zee aan taal.

وَنَقُولُ لِلْكَرِيمِ: يَدُهُ بَحْرٌ.En van een gulle man: zijn hand is een zee.

Woordenlijst — Beginner (97)

الشَّاطِئhet strand
الرَّمْلhet zand
نَاعِمfijn, zacht
الْبَحْرde zee
أَمَامَنَاvóór ons
لَوْنُهُzijn kleur
الْمَوْجde golven
يَأْتِيhij komt
يَعُودُhij keert terug
صَدَفschelpen
النَّوَارِسde meeuwen
تَطِيرُzij vliegen
الْهَوَاءde lucht
مَالِحzout
بَارِدkoud
صُخُورrotsen
سَوْدَاءzwart (vrouwelijk)
قَارِبeen boot
الشَّمْسde zon
تَطْلُعُzij komt op
وَرَاءَachter
الْأُفُقde horizon
غَيْرbehalve, anders dan
صَيَّادeen visser
أَحَدiemand, niemand
ضَعِيzet neer! (tegen een vrouw)
قَدَمَيْكِjouw voeten
فَعَلْتُik deed
حَقًّاecht, werkelijk
اِنْتَظِرِيwacht! (tegen een vrouw)
دَقِيقَتَيْنِtwee minuten
يَصِيرُhij wordt
دَافِئwarm
قَوِيّsterk, ruw
الظُّهْرde middag
أَسْمَعُik hoor
صَوْتَهُzijn geluid
لَيْلًا's nachts
أَجْمَلhet mooiste
الْقَرْيَةhet dorp
سَأَسْبَحُik ga zwemmen
خُذِيneem! (tegen een vrouw)
الْمِنْشَفَةde handdoek
الرِّيحde wind
تَهُبُّhij waait
سَمِعَhij hoorde
ضَعِيفzwak
بَيْنَtussen
اِسْتَمَعَhij luisterde
نَوْرَسeen meeuw
تَحْتَonder
شَبَكَةeen net
حَاوَلَhij probeerde
الطَّائِرde vogel
يَطِيرَ(dat hij) vliegt
لَمْ يَقْدِرْhij kon het niet
جَلَسَhij ging zitten
رَفَعَhij tilde op
خَافَhij schrok
صَاحَhij schreeuwde
عَالٍhoog, luid
جَرَىhij rende
جَنَاحَيْهِzijn vleugels
طَارَhij vloog
نَحْوَnaar, in de richting van
أَخْلَعُik trek uit
حِذَائِيmijn schoenen
حَافِيًاblootsvoets
قَدَمَيَّmijn voeten
أَلْمِسُik voel, ik raak aan
أَجِدُهُik vind hem
نَفَسademhaling
أَجْمَعُik verzamel
صَدَفَتَيْنِtwee schelpen
أَجْلِسُik ga zitten
صَخْرَةeen rots
ذَهَبِيّgoudkleurig
أُفَكِّرُik denk na
جَيْبِيmijn zak
حَوَاسّzintuigen
نَعْرِفُwij kennen
الْعَالَمde wereld
الْعَيْنhet oog
الْأُذُنhet oor
نَسْمَعُwij horen
الْأَنْفde neus
نَشُمُّwij ruiken
نَلْمِسُwij voelen
اللِّسَانde tong
نَذُوقُwij proeven
يُعْطِيhij geeft
الْخَمْسde vijf
كَلِمَةeen woord
تَعْنِيhet betekent
اللُّغَةde taal
الْكَرِيمde gulle
يَدُهُzijn hand

Deze les op een ander niveau

Zelfde onderwerp, zelfde woorden, andere zwaarte. Je hoeft je niet opnieuw aan te melden en je abonnement verandert niet.

Deze lessen zijn en blijven gratis

Er zit software onder die elke maand geld kost. Vind je het waardevol?

Trakteer ons op een koffie

Alle lessen